![]() |
![]() |
||||||
|
|
|
|
|
|
|
||
![]() |
|||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Dad (Koos) op schip van Oom Nick Koos en Rige, 1940 Persoonsbewijs van Cor, 1941 Tante Rige en Oom Nick op Oeral Thus |
De Doos van Pandora
Het schrijven van een boek over de kindertijd van je vader is een uitdaging, vooral wanneer hij, zoals hij zelf zegt een geheugen als “Zwitserse kaas” heeft. Najaar 2004 begonnen we zijn herinneringen op te graven en ook die van zijn drie broers en zus, door vragen te stellen die ons nu ontzettend eenvoudig voorkomen, nu dat wij zoveel geleerd hebben, maar die groeiden in hun ingewikkeldheid naarmate de maanden en jaren verliepen. Vader, ‘Dad’, woont op zijn zeilboot en maakt een wereldreis, dus onze vraaggesprekken vonden het meest via e-mail plaats. In zijn eerst mailtje was hij vol enthousiasme maar beklemtoonde, “Je kunt niet op mij vertrouwen. Mijn slechte geheugen heeft me m’n hele leven al parten gespeeld en het wordt er niet beter op”. Desondanks begon er terwijl het aantal e-mails met hem, zijn broers en zijn zus groeide, een beeld te voorschijn te komen. Soms was het zo helder als iets dat wij zelf hadden meegemaakt; andere keren was het vaag, of verward, met tegenstrijdige beelden wanneer hun herinneringen verschilden. Vaak, bloeide een vluchtige herinnering zomaar op wanneer iemand een nieuw perspectief inbracht, zoals toen ‘Dad’ zich herinnerde dat hij zwarte rookwolken boven de daken van de huizen in zijn straat zag - een herinnering waar hij altijd aan had getwijfeld omdat hij maar twee jaar oud was toen de Duitsers Holland binnenvielen in 1940. “Maar welke richting kijk je in je herinnering?” vroeg zijn zus, Rige, die wist dat Den Haag getroffen was door een zwaar geallieerd bombardement in 1945, toen 'Dad' zeven was en zich daarvan waarschijnlijk meer kon herinneren. Rige’s geheugen is verbazingwekkend. Zij, meer dan iemand anders, leidde ons naar het verleden, en bracht levendige filmische beschrijvingen van plaats en tijd. “Op een nacht”, schreef zij, “herinner ik mij dat wij met z’n allen staan te kijken in de slaapkamer, die met het balkon. Van achter de ramen in het donker zagen wij kleine groene en rode spoorkogels in de lucht hangen”. Ergens ver weg, werd een stad gebombardeerd, maar Rige wist dat niet. “Ik herinner me de verschrikking in Moeder’s stem -‘Die arme mensen’. Maar als zesjarige, leek de lucht vol met rode en groene ballen zo prachtig mooi”. Als oudste van vijf kinderen, was het wel vanzelfsprekend dat de herinneringen van Rige het sterkst waren. Interessant ook dat het herinneren op zichzelf voor haar belangrijker, maar ook pijnlijker was. Toen wij vroegen over een bombardement dat hun persoonlijk geraakt had, schreef zij, “Er is in mij een grotere terughoudendheid dan ik eerder dacht dat er zijn zou. Alsof, wanneer dit opengemaakt wordt, net zoals een doos van Pandora, het ons en wat wij van onszelf vinden zal veranderen ”. Maar zij duwde door deze aarzeling heen en antwoordde zo volledig mogelijk, vaak herinneringen aanwakkerend bij haar broers. ‘Dad’, die over hetzelfde gebeuren schreef, beweerde dat hij geen moeite had met het praten hierover, maar in het midden van zijn e-mail gaf hij toe, “Opeens welde tranen op in mijn ogen.....Wonderlijk!” Voor ons namen ‘Dad’s brieven dikwijls de toon aan van een tevreden zucht, alsof hij dacht dat het nu bijna klaar was, en dat hij alles wat hij kon, had bijgedragen. “Mijn herinneringen over de meer serieuze onderwerpen zijn wel aardig uitgeput”, schreef hij, toen we misschien een kwart onderweg waren met wat jaren van correspondentie zouden worden. “ Ik ben heel benieuwd wat Tracy en Kristen van dit alles zullen maken!” Keer op keer drongen wij aan, dikwijls dezelfde onderwerpen herhalend maar nieuwe informatie onthullend. Soms scholen er in terloopse opmerkingen grote verrassingen,. “Toen Moeder’s zesde baby stierf”, schreef Rige – we waren plotseling stil, we hadden ons niet gerealiseerd dat er een kind was verloren. Deze onthullingen openden nieuwe vraaggebieden. Op andere momenten, lieten we de conversatie op z’n beloop, wanneer broers en zus zich hun knikkerverzameling herinnerde, of een onderwijzer op school die op een stokvis leek, of duitse soldaten die ingekwartierd waren bij de overburen. Er waren ook bezoeken – ‘Dad’ en broers en zus kwamen op diverse momenten naar Canada vanuit hun verschillende woonplaatsen. Wij reisden naar Holland, zochten door archiefmateriaal en oude fotos en tuften met het schip van Oom Nick vanuit Amsterdam naar Leidschendam om het verhaal te horen van de vroegere buren van de familie. Deze persoonlijke ontmoetingen gaven het verhaal weer een zetje en lieten ons ervaren hoe de broers en zus - onze ‘personages’ - geraakt werden door elkaar’s verhaal. Het viel ons op dat het ene moment ‘Dad’ zich naar het gesprek toe boog en dan terug leunde, zijn ruggegraat in de rugleuning duwend, en wij beseften dat terwijl hij verlangde om zich zijn door oorlog verscheurde jeugd te herinneren, hij hier ook aarzeling bij voelde.
The content of this site is protected by copyright. |